Welke wijn hoort bij je borrelplank? Zo kies je per hapje de juiste fles
Welke wijn hoort bij je borrelplank? Zo kies je per hapje de juiste fles

Welke wijn hoort bij je borrelplank? Zo kies je per hapje de juiste fles

Een borrelplank stel je samen op gevoel. Een stuk of wat kaasjes, wat worst, olijven, nootjes, een trosje druiven ertussen en klaar is het. Bij de wijn wordt het meestal gokken: je pakt wat er nog koud staat en hoopt er het beste van.

Zonde, want zo ingewikkeld is het niet. Kijk even naar het stevigste wat er op de plank ligt. De oudste kaas of de vetste worst overstemt de rest, dus daar stem je je fles op af. Ligt er vooral kaas en worst, dan wil je rood met wat structuur. Blijft het licht en zilt, dan wint fris wit.

Per hapje kan het nog preciezer, en daarvoor hebben we de openbare wijn-spijstabel van Wijnboodschap.nl erbij gepakt. Die legt voor 75 Nederlandse gerechten vast welke wijnstijl erbij werkt en waarom, en de acht klassiekers van de borrelplank staan er allemaal in.

De borrelplank in één overzicht

Op de plankWijnsoortStijlWaarom
Oude kaasRoodKrachtig en gestructureerdZout en umami maken tannine zachter
GeitenkaasWitFris en levendigZuur tegen zuur loopt gelijk op
Blauwe kaasZoetVol en complexZoet vlakt de scherpte af
Brie en camembertRoodElegantRomigheid heeft zuur nodig
Charcuterie en worstRoodElegant of fruitigZout vlees wil zuur, geen hout
Olijven en nootjesWitFris en levendigZout heeft alleen frisheid nodig
Gerookte zalm op toastMousserendElegantPrik en zuur ruimen het vet op
BitterballenMousserendFris en levendigVet en zout willen hoge zuren

1. Oude kaas

Oude kaas is zout en droog en zit vol umami, en juist daardoor voelt tannine er zachter aan. Een stevige rode is hier dus precies op zijn plek. In de tabel is dit een van de duidelijkste combinaties van allemaal: ruim zestig procent van de wijnen die erbij passen valt in dezelfde stijl.

Schenk: een rode met structuur, een rijpe rioja bijvoorbeeld, of iets uit Zuid-Frankrijk. Een lichte rode verdwijnt naast zoveel zout.

2. Geitenkaas

Geitenkaas is van zichzelf al fris en een beetje krijtachtig. Zet daar een wijn naast met diezelfde spanning, dan lopen ze samen op.

Schenk: fris, droog wit. Sauvignon blanc is de klassieker: dezelfde kruidige frisheid, en het zuur snijdt dwars door de romigheid heen. Schenk hem koud, een graad of acht.

3. Blauwe kaas

Blauwader is zout en scherp en prikt in je neus. Een droge wijn gaat daar zuur naast smaken, terwijl zoet die scherpte juist afvlakt. Het is meteen de combinatie die het minst voor de hand ligt.

Schenk: een zoete wijn met genoeg body. Waarom dat werkt en waar de grens ligt, staat uitgelegd in dit stuk over zoete wijn bij blauwschimmel. Eén glaasje per persoon is genoeg, bijschenken hoeft niet.

4. Brie en camembert

Brie en camembert zijn romig met een licht paddenstoelachtig randje. Zonder zuur wordt dat al snel plakkerig in je mond.

Schenk: een elegante rode zonder zwaar hout, of anders een volle witte. In de tabel staat bij brie een rode met structuur bovenaan, maar op een gemengde plank kom je met de lichtere variant verder.

5. Charcuterie en worst

Hoe vet en hoe gekruid de worst is, bepaalt hoeveel de wijn moet kunnen hebben. Zout vlees wil zuur en geen hout, dus laat die zwaar gerijpte flessen staan.

Schenk: een elegante of fruitige rode. Denk aan een lichte Italiaan of een pinot noir. Fijn detail: die kun je licht koelen, dus ook op een warme avond blijft hij prettig drinken.

6. Olijven en nootjes

Olijven en gezouten nootjes zijn vooral zout, en daar hoef je niets ingewikkelds naast te zetten. Wordt de wijn zwaar, dan wordt de borrel dat ook.

Schenk: fris, droog wit of een droge mousserende. Van alle wijnen die hierbij passen valt meer dan de helft in de frisse stijl, dus veel makkelijker wordt het niet.

7. Gerookte zalm op toast

Gerookte zalm is vet en zilt, en zuur is precies wat dat vet opruimt. Wat er verder op het toastje gaat, verzet de keuze: bij room wil je meer zuur, bij citroen mag de wijn iets zachter zijn.

Schenk: een droge mousserende. Prik en zuur samen doen hier het werk dat een stille witte in zijn eentje niet voor elkaar krijgt.

8. Bitterballen

Want die staan er toch. Een bitterbal is gebonden ragout in een krokant jasje, dus vet en zout in één hap. Dat bedekt je hele mond, en daar moet iets doorheen snijden.

Schenk: bubbels, of een witte met hoge zuren. Prosecco, cava en crémant doen het alle drie prima en kosten een fractie van champagne.

En als je maar één fles wilt openmaken?

Kijk dan naar wat er het meeste op ligt. Neigt de plank naar kaas en worst, dan is een rode met structuur de logische keus. Ligt er vooral vis, groente en zachte kaas, dan wint fris wit.

Bij een echt gemengde plank kom je verder met twee flessen dan met één: een frisse witte voor de eerste ronde en een zachte rode voor de kaas aan het eind. Dat is toevallig ook de volgorde waarin een plank leeg gaat.

Wil je iets neerzetten wat niemand kent?

Een fles van een druif waar je gasten nog nooit van gehoord hebben doet op een borrel meer dan een duurdere fles van een bekende naam. Er bestaan duizenden wijndruiven, en in een Nederlands schap kom je er zelden meer dan een paar tientallen tegen. Dezelfde webwinkel houdt daar een videoserie over bij, 365 druiven, waarin ze elke dag een wijn van een ander ras proeven. De teller staat inmiddels op 181, en er staan nog ruim driehonderd rassen op de lijst die ze zelf niet kunnen vinden. Een naam als arneis of frappato kost tussen de tien en vijfentwintig euro en levert gegarandeerd gesprek op.

Hoe koud schenk je wat?

Wit komt thuis meestal te koud uit de koelkast en rood te warm uit de kamer. Vuistregels:

  • Mousserend: 6 tot 8 graden, dus rechtstreeks uit de koelkast.
  • Fris wit: 8 tot 10 graden, oftewel uit de koelkast en tien minuten wachten.
  • Vol wit: 10 tot 12 graden, anders proef je vooral nog kou.
  • Lichte rode: 14 tot 16 graden, waarvoor twintig minuten in de koelkast al genoeg is.
  • Volle rode: 16 tot 18 graden, want kamertemperatuur is tegenwoordig warmer dan toen die regel werd bedacht.

Veelgestelde vragen

Welke wijn past bij oude kaas?

Een rode met structuur, een rijpe rioja bijvoorbeeld of iets uit Zuid-Frankrijk. Het zout en de umami in oude kaas maken tannine zachter, waardoor rood hier prettiger uitpakt dan je zou verwachten.

Welke wijn drink je bij blauwe kaas?

Een zoete wijn met genoeg body. Een droge wijn gaat naast blauwader zuur smaken, terwijl zoet de scherpte juist afvlakt.

Wat schenk je bij bitterballen?

Bubbels of een witte met hoge zuren. Prosecco, cava en crémant zetten je mond weer schoon na het vet en het zout van de korst.

Eén fles voor de hele borrelplank, welke dan?

Kijk naar wat er het meeste op ligt. Bij veel kaas en worst een rode met structuur, bij vis, groente en zachte kaas fris wit.

Hoe koud schenk je witte wijn?

Frisse witte wijn op 8 tot 10 graden en volle witte wijn op 10 tot 12 graden. Uit de koelkast is te koud voor een volle witte, dus laat die even staan.

Ook fijn bij een avond alleen

Een borrelplank heeft geen gezelschap nodig. Een klein bord met je favoriete dingen en één glas erbij is precies wat een girl dinner zo fijn maakt. Kies de wijn op wat er het meeste op je bord ligt en schenk één glas in. Met de dop erop blijft de rest van de fles nog een paar dagen goed in de koelkast.

Ontdek nog meer heerlijke dranken op lifestyle voor vrouwen blog ladiesgoodlife.

Bronnen

Johnson, H., & Robinson, J. (2020). The world atlas of wine (8ste ed.). Mitchell Beazley.

McGee, H. (2004). On food and cooking: The science and lore of the kitchen (Hst. 14: Wine, beer, and spirits). Scribner.

Spence, C. (2017). Gastrophysics: The new science of eating. Penguin UK.

Stevenson, T., & Avellan, E. (2019). Christie’s world encyclopedia of champagne & sparkling wine (4de ed.). Absolute Press.

Wine & Spirit Education Trust. (2023). A systematic approach to tasting wine and pairing principles. WSET Global. https://www.wsetglobal.com/knowledge-centre/blog/2023/july/13/four-rules-to-masterful-food-and-wine-pairing.